Moord op het vliegveld

Als lid van het CSI-genomics team ben je opgeroepen om te assisteren op een plaats delict: er is een lijk van een Amerikaanse toerist gevonden op het vliegveld.
Hij ligt op de grond en er is niet direct iets te zien wat met zijn dood te maken kan hebben: geen slag- of steekwonden. Naast hem is een pakje gevonden waaruit hij blijkbaar gedronken heeft, met daarin nog een restje vloeistof.

De vloeistof gaat naar het lab en je krijgt een lijstje terug van stoffen die erin zitten. Naast een aantal kleine moleculen, zoals suikers en vetten, is een viertal verschillende eiwitten gevonden. Je krijgt de opdracht van het rechercheteam om deze eiwitten verder te gaan onderzoeken om te kijken of je aanwijzingen kunt vinden voor de dood van de Amerikaan.

Identificatie van de 4 verdachte eiwitten

Beantwoord voor elk van de 4 eiwitten de volgende vragen in de leerlingenhandleiding:

  1. Welk eiwit is het?
  2. Van welk organisme komt het?
  3. Wat doet dit eiwit, wat is de functie van het eiwit?
  4. Is dit verdacht? Is dit eiwit een potentiële dader? Waarom (niet)?

Voor de identificatie van de eiwitten wordt het zoekprogramma BLAST gebruikt. Om kennis te maken met  BLAST wordt het eerste eiwit met behulp van een stappenplan voorgedaan. Daarna kun je de andere eiwitten zelf doen en uitzoeken welk van de vier schuldig is.

BLAST is een programma waarmee je een aminozuursequentie kunt vergelijken met alle aminozuursequenties in de database SwissProt. Deze database bevat alle aminozuursequenties die de wetenschap op dit moment kent. We zullen BLAST gebruiken vanuit de MRS website.

Na afloop van dit eerste deel van het practicum kun je het ingevulde formulier controleren. Als er tijd over is en je hebt nog zin, kun je de verdiepende opdrachten voor nader onderzoek naar de 4 eiwitten maken.

 Klik hier om naar het volgende onderdeel te gaan